Hein van de Geyn▶
Je gaat niet piep-knorren om mensen weg te jagen
Deel deze video op de huidige startpositie op social media.

Facebook Twitter Google+

Biografie

Hein van de Geyn (geboren als Hein van de Geijn, Schijndel, 18 juli 1956) combineert de techniek en elegantie van zijn eerste idool Scott LaFaro met de solide beat van Paul Chambers. Dit maakt hem tot een empathische begeleider en op den duur ook een markante producer, pedagoog en leider van zijn eigen groep Baseline. Na allerlei omzwervingen vestigt hij zich in Dordrecht, van waaruit hij blijft concerteren. Sinds 2008 leidt hij de jazzafdeling van het Rotterdams Conservatorium. Jeroen de Valk schreef in zijn interviewbundel Go Man, Go!: 'Hij is een bassist met de allure van een stersolist. Toert internationaal en weet willekeurig welk ensemble een paar meter in de lucht te tillen.'

1975 - 1980

Van de Geyn, zoon van een vaardige amateursaxofonist en broer van baritonsaxofonist Ton van de Geyn, koopt gedurende zijn studie Schoolmuziek aan het conservatorium van Tilburg een basgitaar en gaat er op eigen houtje mee aan de gang. Hij speelt al snel in allerlei big bands en dixielandgroepen in en rond Tilburg, waarna het tijd wordt een eigen groep te beginnen: Jasses. Met Jasses en een zelfgeschreven repertoire gaat hij in 1977 naar het concours van het Larense jazzfestival, waar hij de solistenprijs krijgt. Na zijn opleiding in Tilburg mag Van de Geyn een drastisch verkorte studie op de nieuwe jazzafdeling van het Rotterdams Conservatorium volgen. In 1980 studeert hij er af als de eerste Nederlandse gediplomeerde jazzmuzikant.

1980 - 1983

De bassist is weinig gelukkig in de Nederlandse jazz-scene. In de eerder geciteerde interviewbundel zegt hij: 'Ik was te jong voor de Hilversumse kliek en vond die ook niet avontuurlijk genoeg. Met die Amsterdamse musici kon ik niet samenwerken omdat die niet op akkoorden konden spelen en vaak zo lelijk klonken.' Hij woont van 1980 tot 1983 in Amerika; eerst in Seattle en daarna in San Francisco, waar hij geleidelijk een bestaan opbouwt en geregeld speelt met onder anderen altsaxofonist Bishop Norman Williams en drummer E.W. Wainwright.

1983 - 1995

Van de Geyn ziet af van een plan om het te gaan 'maken' in New York, als de Amerikanen die hij begeleidt hem duidelijk maken dat je uiteindelijk toch de huur moet betalen met tournees elders. Hij woont eerst in Engeland, dan in België. Veel meer dan een kamer om zijn sokken te wassen heeft hij niet nodig, want hij is bijna permanent op tournee. Meestal als begeleider en 'musical director' van de in Parijs gevestigde, Amerikaanse zangeres Dee Dee Bridgewater. Maar hij werkt ook veel met gitarist Philip Catherine, altsaxofonist Lee Konitz en andere kosmopolieten. Van beslissende invloed is een Japanse tournee in 1987 met Chet Baker. Aangezien Baker daar wekenlang alleen methadon gebruikt en de band avond aan avond concerteert, ontwikkelt het kwartet een imposante cohesie. Van de Geyn, in het eerder geciteerde interview: 'Die concerten waren heel leerzaam omdat Chet zo'n magie en duidelijkheid kon leggen in hetgeen hij speelde. Je werd gedwongen ook te zoeken naar die schoonheid en die intensiteit.'

1996 - 2009

De bassist besluit dat hij vooralsnog genoeg heeft geleerd van het toeren en vestigt zich in Dordrecht. Hij begint er een eigen jazzclub - zijn Baseline Theatre - en accepteert een vaste baan als docent op het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. In 2008 stapt hij over naar het Rotterdams Conservatorium, waar hij de jazzafdeling gaat leiden. Hij legt daarbij de nadruk op ensemblelessen. 'Veel samenspelen en experimenteren, zo leerden mijn idolen het ook.' De school is thans onderdeel van Codarts, Hogeschool voor de Kunsten. Als hij in 2001, bijkomend van een burn-out, een halfjaar in Zuid-Afrika verblijft, schrijft hij er 's werelds eerste allesomvattende methode voor jazzbas: zijn Comprehensive Bass Method. Eenmaal terug in Nederland, wordt hij selectiever in het aannemen van werk. 'Ik ga nu alleen nog voor de muzikale inhoud. Ik vind die in mijn samenwerking met Paulien van Schaik, Toots Thielemans, Enrico Pieranunzi, Toon Roos, Bert van den Brink en mijn eigen groep Baseline.' Hij blijft niettemin ongehoord actief, ook als producer en mede-eigenaar van het platenlabel Challenge. De bassist besluit zijn naam consequent te schrijven als Hein Van de Geyn, om verwarring in het buitenland te voorkomen. Hij ontvangt in 1996 de Muziekprijs van het Prins Bernhard Cultuurfonds.

2010 - 2016

Van de Geyn kondigt aan, tot ieders verbazing, dat hij stopt met de muziek. Hij laat per mail weten aan journalist Jeroen de Valk: ‘Weinig mensen kunnen beseffen hoe vol mijn leven is geweest. Ik heb zo ontzettend veel gedaan, zoveel gegeven. 'The road' veel jaren lang; van Tokio via Dortmund naar Rome en New York. Na Dee Dee was het even rustiger, maar toen kwam het onderwijs, het label, het componeren, het boek… Ik heb het gevoel dat ik constant in de rug word geduwd; dat ik zelden ruimte heb om te ademen. En ondertussen wordt de prijs die je moet betalen voor een paar mooie muziekuren veel te hoog. Al die files, soundchecks en geneuzel... Ik zou kunnen doordenderen en dan op mijn 58e omvallen. Dan zullen mensen zeggen: Goh, die Hein - wat een toffe gast, stond altijd klaar voor je.’ Hij begint een bed and breakfast in Scarborough, Zuid-Afrika. Factoren die ook meespelen: er is grond te koop naast de tweede woning die hij er al heeft en zijn partner Cyrille is net moeder geworden van hun dochter Lulu. Muziek maakt een essentieel onderdeel uit van de Zensa Lodge die Hein van de Geyn samen met Cyrille in Scarborough beheert. Er vinden regelmatig luistersessies en concerten plaats in een intieme setting. Eén dag per week doceert Van de Geyn aan de universiteit van Kaapstad.

Bedankt

Deze pagina is mede mogelijk gemaakt met de bijdragen van BN, Cees van de Ven, De Stem, De Volkskrant, Het Parool, NRC Handelsblad & Nieuwsblad van het Noorden.

Discografie

Toots Thielemans - Chez Toots

Toon alles


Beelden uit het archief


Twitter met hashtag #heinvandegeyn